30. Machtswissel in progress (tp)

Franse auto’s worden niet geroemd omwille van hun oerdegelijke carrosserie. De neus van de 206 die tegen die gevel in de Smedenstraat stond geplakt was volledig ingedeukt. Uit wat nog restte aan de voorkant kwam een blauwe rookwolk. Twee potige Amerikaanse toeristen die buiten aan een kledingboetiek stonden te wachten terwijl hun dames tussen de zoveelste winkelrekken snuisterden knepen hun walmende Philip Morris af, gooiden die in een bloembak en spurtten naar het geaccidenteerde voertuig om de eerste hulp te verlenen.

Over het stuur zagen ze het hoofd hangen van de Rat. Bloed sijpelde uit zijn neusgaten. Hij had zijn telefoon nog in zijn rechterhand, die los over de passagierszetel naast hem lag. Eén oog was nog open, het andere dicht. Uit zijn mond liep iets wat de twee toeristen herkenden als de saus bij het stoofvlees dat ze gisteren hadden gegeten in frituur De Bosrand, net na de afrit van de autostrade in Brugge Sint Michiels. De grootste van de twee probeerde de linker voorste deur van het autootje open te rukken, maar die knelde. Met een harde, welgemikte schop met de linkervoet tegen de onderste scharnier lukte dit wonderwel en het portier opende met een hevig gekraak. I am a fireman from Seattle” verklaarde hij een halfuurtje later aan de politieagente die hem verhoorde als getuige en die vroeg waar hij de knepen van het vak had geleerd.

De kleinste legde zijn rechter wijsvinger tegen de slaap van Adam, maar voelde geen hartslag meer. Samen haalden ze het lichaam voorzichtig uit de auto, en legden het op het voetpad. Omstaanders werden gevraagd om hen wat ruimte te geven, zodat ze het slachtoffer de reanimatie konden geven die de brandweerman uit de States had aangeleerd en maar al te vaak had moeten toepassen. De Grote walgde en vroeg zijn vriend: Damn, that guy stinks from his mouth. And what kind of clothes does he wear? Do you want to do mouth-to-mouth resuscitation? I have to blow my nose first …”

De twee lachten eens kort met het resultaat dat Google Translate auteur dezes gaf in verband met hun communicatie. Deze schrijver van het zeventiende knoopsgat moet toegeven dat zijn Engels niet goed genoeg is om de correcte woorden die de redders produceerden op papier te zetten. Maar het kwam erop neer dat geen van beiden zin hadden om Adam, laat ons zeggen, … oraal van dienst te zijn. Hij stonk van een kilometer ver naar drank en vettig eten. Zoals vaak het geval in het leven brak dat moment nood weer eens wet, en daar hing Ralph, zoals hij zichzelf later voorstelde, met zijn lippen op die van Adam.

Het bleek zinloos, want de Rat was niet meer. “Zo dood als een pier,” concludeerden ook de twee ambulanciers die luttele minuten later de plaats des onheils hadden bereikt en niet meer anders konden dan het lijk op een brancard te leggen en af te dekken voor de massa toeristen die zich, ondanks het aandringen van de aanwezige agenten, rond het gebeuren had verzameld. “Klassiek verhaal” zo zeiden ze verder, “Normaal zou je zo’n klap overleven, maar geen gordel om, zo zat als een Zwitser, aan minstens zeventig kilometer per uur door die winkelstraat sjeezen en telefoneren achter het stuur. Welke cocktail is nog efficiënter om jezelf van kant te maken?”

De Canons en Nikons van de omstaanders hadden een rijke oogst binnengehaald. Eens iets anders dan de honderdduizenden foto’s van de Brugse stadspoorten, Reitjes, Halletoren en andere monumenten die in de loop der jaren op fotorolletjes en SD-kaartjes waren verzameld. Twee niet onknappe Chinese meisjes hadden een selfie genomen met het lichaam van de Rat op de achtergrond. Ze maakten hierbij het vredesteken, zoals zoveel Aziaten tegenwoordig doen op hun foto’s. Wisten ze maar hoe contradictorisch dit teken was bij een figuur als Adam Schauvliege.

Een gekende Brugse sleepdienst, die door de jaren heen fortuinen heeft verdiend met het wegslepen van foutief geparkeerde auto’s, kwam de Peugeot halen om die af te zetten aan het nieuwe Politiehuis aan de Louis Coiseaukaai te Brugge. De politiediensten hadden ondertussen de identiteitskaart van Adam Schauvliege uit zijn binnenzak gevist, een naam die in hun oren klonk als een slecht gestemde viool. Een man die ook al vaak was genoemd in louche zaakjes. Het zou misschien van pas komen om dat wrak eens uit te kammen tot de laatste vezel. Ook het lijk werd afgevoerd naar een bestemming waarvan het grote publiek, en zeker die stomme toeristen, nooit de plaats zouden kennen.

….

Michel Preute, de ongekroonde onderkoning van de Brugse onderwereld, leefde samen met een man of vrouw (of iets tussenin) die hij had ontmoet bij één van zijn transacties in mensenhandel. Het was een Thaise ladyboy die vierentwintig jaar jonger was dan hijzelf. Zijn ‘katoey’ noemde zichzelf Po en hield zich het grootste gedeelte van haar tijd bezig met nietsdoen.

Preute was schatrijk en had voor alles een bediende. Zijn huishouden, de tuin, noem maar op, alles werd voor hem gedaan. Die dag was Po naar de binnenstad van Brugge getrokken. In de naweeën van de solden had ze zin om eens door de nieuwe collectie kledij te snuisteren om wat vulling te vinden voor haar dressing-room die nu al overladen vol hing.

Natuurlijk kende ze Adam Schauvliege van die keren dat hij bij Michel thuis op bezoek kwam, meestal om ruzie te maken. Het was puur toeval dat ze aanwezig was in de Smedenstraat, net toen de auto van Adam met volle geweld tegen die gevel kwakte. Ze had het ganse gedoe met die twee toeristen en de toesnellende hulpdiensten gevolgd, en had het lijk zien liggen. Bloed uit de neus, stoofvleessaus uit de mond. Ze was waarschijnlijk de enige tussen het publiek die stond te grijnzen bij de gedachte dat die engerd niet meer tot het rijk der levenden behoorde, en haar Michel nu greep had op de macht in de Brugse onderwereld nu de Rat ‘z’n kèèkeloare geloaten eet’, zoals een overlijden in Brugge zo smakelijk wordt genoemd.

Ze nam haar telefoon, koos het icoontje voor een telefoongesprek en had zo onmiddellijk contact met haar Michel.

“Lat mien gerust, wad’ ist nu were, Katoey?”

“Ik heb niet graag dat je me zo noemt, schat, is de naam Po nu echt zo moeilijk om uit te spreken?”

“Po, Po, Po, in Holland geeft men die naam aan een pispot. Zeg eens, wat is er zo dringend dat je me weer moet storen? Ik zit middenin een vergadering voor een deal met die latino’s…”

“Hewel, ik denk dat mijn nieuws nog veel belangrijker is dan die latinomeisjes. Daarnet was ik getuige van het feit dat de Rat het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld”

“Je meent dat niet…”

“Toetoet (woord dat in Brugge vaak wordt gebruikt om iets te bevestigen) schat, toetoet. Zijn lichaam is juist afgevoerd, en zijn auto wordt weggesleept. Hij is met zijn zatte, euh, hoe noem je dat weer in het Vlaams, euh, met zijn zatte karoten tegen een gevel aan gereden en overleefde het niet.”

Michel Preute voelde dat zijn dag eindelijk was gekomen. Een paar decennia reeds was hij gekend als de tweede man van de Brugse onderwereld, onder de Rat. Altijd moest hij met hem rekening houden. Probeerde hij zelf eens iets, dan stond Schauvliege aan zijn deur om het initiatief de kop in te drukken. Nu zou hij het voor het zeggen krijgen in Brugge. Maar eerst die transactie met die latinomeisjes afhandelen, want die levering zou over een paar uur worden afgerond aan de afrit van de autostrade in Jabbeke.

Even dacht Preute een scheet te laten van genot omwille van het gebeuren, maar hij herinnerde zich plots dat gisteren iemand een commentaar had nagelaten omdat in dit verhaal teveel veesten voorkomen. Hij hield zich wat in, en zou hem wel lossen na deze paragraaf, ver buiten het gehoorveld van de lezers. Hij zou hem dan alleen mogen opruiken ook, maar dat nam hij er graag bij.

….

In de Sint Jozefskliniek kreeg dokter Nesreh een telefoontje vanuit het Politiehuis aan de Louis Coiseaukaai in Brugge. Of hij Rita Schauvliege op de hoogte wou brengen dat haar man een ongeval had gehad, en dat hij het niet had overleefd. Normaal gezien zou de agent aan de telefoon het nieuws zelf hebben komen brengen, maar het leek hem wat delicaat door de geestestoestand van de nieuwbakken weduwe. De agent had er geen idee van wanneer het lichaam van Adam kon worden bezocht, en nog minder wanneer het lichaam zou worden vrijgegeven om de voorbereidingen te treffen voor een begrafenis. Eerstdaags zou hij daar meer kunnen over vertellen.

….

Het duurde niet lang vooraleer politie-inspecteur Vandamme de telefoon had gecheckt van Adam en gezien had dat het laatste telefoontje dat hij gepleegd had, dat met zijn broer Jack was geweest. Hij kopieerde dat nummer naar zijn diensttelefoon en klikte het aan om met die ‘onbekende’ in contact te komen.

“Met Jack. Wie heb ik aan de lijn?”

“Jack ‘wie’, alstublieft? Inpecteur Vandamme hier van de federale politie Brugge.”

“Schauvliege, mijnheer, Jack schauvliege is de naam”

“Familie van Adam Schauvliege?”

“Broer…”

“Kunnen we elkaar eens heel dringend spreken aub? Iets met je broer…”

…………

Jente hoestte toen hij in zijn kamer in hotel Kirchbichlhof werd opgeschrikt door de nieuwe ringtone die Janne zonder zijn medeweten had ingesteld op zijn smartphone. Als die twee elkaar konden plagen gingen ze het niet laten. Op Youtube had ze het karnavalslied ‘Mein Arsch tut weh’ van de Wiener Klammeraffen gevonden, en net dat gruwelijke lied met als onderwerp het pijnlijke lichaamsdeel van Jente brak de stilte in de kamer.

Hij zette zich recht op zijn autoband, en luisterde wie hem nodig had op zijn vakantieverblijf. Het was collega Vandamme…

“Jente, sorry dat ik je stoor tijdens je verlof…”

“Proper van je, maat, maar mocht het niet dringend zijn, je zou me niet lastigvallen, zeker? Wat scheelt er, Vandamme, hebben ze je perforator weer verstopt in een kast van de refter of zo?”

“Gèèstig, Jente, echt gèèstig. Zeg, is het waar dat je kont is versierd met een rattenkop?”

“Moet je me daarom lastigvallen? Een beetje treiten met je collega die hier op een autoband zijn vakantie aan het ‘vieren’ is?”

“Sorry, ik zal twee minuten ernstig zijn. Een uurtje geleden is Adam Schauvliege met zijn klikken en klakken tegen een gevel van de Smedenstraat gekwakt. Hij is toch je toekomstige schoonvader? Ik wou niet dat je het via de tamtam moest vernemen. Misschien hoort Janne het beter ook van jou dan van die twee collega’s die onderweg zijn naar jullie. Veel details kan ik nog niet geven, maar je hoort het wel als het zover is. Je weet dat je me altijd mag opbellen…”

Jente werd stil. Janne lag op bed, te tokkelen op haar smartphone. Hij wist dat ze recent contact had teruggevonden met die hartsvriendin van haar waarvan hij eens een fotootje had gezien. Een zekere Christine uit Meulebeke.

“Keppe, ik moet je iets vertellen…”

Advertenties

26. De nachttrein ( ch )

Leo en Francine komen aan in Brussel Zuid. De trip tussen Brugge en Brussel Zuid is vlekkeloos verlopen. Alleen hadden ze zich geïnstalleerd in de eerste klas wagon en zeiden  tegen elkaar, dat het raar was dat de meeste passagiers allemaal samen kropen in het andere gedeelte waar het reeds drummen werd voor een  plaatsje. Hun rit in eerste klas was echter maar van korte duur. De strenge kaartjesknipster was niet te vermurwen door de grapjes van van Leo. Madamke zei hij, de zon schijnt buiten, misschien dat je dan een beetje meer door de vingers ziet dan anders. En je ziet er trouwens schitterend uit in je grijs oranje apenpakje. Oeps, misschien  had mevrouwtje niet zo’n gevoel voor humor. Francine had tegen  Leo zijn schenen geschopt om hem aan te manen  een beetje serieus te zijn. Leo ook met zijn flauwe grapjes af en toe.

En nu moeten ze dus het perron zoeken van waar de nachttrein zal vertrekken. Leo begint zenuwachtig te kijken op de borden die in de gang hangen. Francine port hem en zegt, zeg stresskonijn we hebben nog drie kwart tijd hoor. Jaja bromt Leo, ik wil gewoon weten naar welk perron we straks op moeten. Kom zegt Francine, we gaan daar een koffietje drinken bij die zebra, daar zie ik nog een vrij tafeltjebij de tearoom in het statioan zet een grote zebra op een stoeltje , een beeld in polyester of zoiets.  Leo de hoffelijkheid zelve, stelt voor om twee koffietjes te halen terwijl Francine zich installeert en de boterhammetjes netjes verpakt in zilverpapier (zoals ze dat in Brugge zeggen), op tafel legt. Salami voor Leo en kaas voor haar. Zo gaat het al jaren, altijd maar salami voor Leo, niet te geloven dat hij dat niet beu komt. S avonds salami en s morgens spekulooskoekjes , o wee Leo hangt erg vast aan zijn gewoontes. Gelukkig is hij ook nog zo ouderwets romantisch die lieve schat van mij denkt Francine. Leo komt eraan met een klein dienbordje met twee zwarte koffietjes in  kartonnen bekertjes en slalomt tussen rugzakken die overal op de grond staan en grote koffers waarvan je je afvraagt wat mensen zoal meesleuren op reis. Zonder kleurscheuren zet hij de bekertjes op tafel, gaat zitten en bijt gretig in zijn boterham met salami met look. Lekker denkt hij en  sopt zijn boterham in zijn beker koffie. Francine eet de helft van haar boterhammetjes op en stopt de rest netjes terug weg. Mischien koop ik straks nog wat in de restauratiewagen zegt ze nadat ze de rest  van haar koffie op heeft. Ze kijken in elkaars ogen, knikken naar elkaar , meer is er niet nodig om van elkaar te begrijpen dat het tijd is om naar het perron te vertrekken. Ze zijn beiden opgewonden als kleine kinderen die voor het eerst  met de trein op schoolreis gaan. Maar hoewel ze al veel gereisd hebbenzijn ze nog nooit samen met de nachttrein weggeweest. Spannend. Alleen vervelend dat het een coupé voor zes personen is. De eerste klas coupées voor twee personen waren uitverkocht en Francine was al heel blij met het wonder van nog twee vrije plaatsjes in de zelfde coupé te kunnen boeken. Maar de Leo was niet zo supersociaal. Hij hoopte dat het geen koppel zou zijn met twee jengelende kinderen die samen de slaapplaats zouden delen.

Ze kwamen het perron op en de trein stond er al. Wagon 21 moeten we hebben zegt Francine die er even de tickets heeft bijgehaald en coupé vier, is de onze.  Leo port haar in haar zij en vraagt : Tien tien Francine, heb je de trein gekocht misschien. Euh, antwoord Francine, wat bedoel  je schat? Hewel, omdat je zegt, het is “onze coupé”, Zotgat antwoord ze en stapt de trein op , zoekend naar coupé 4 B.

Breed zijn die gangen niet, gelukkig hadden ze hun grootste Samsonite valiezen niet bij, maar soit, het lukt allemaal met een beetje behendigheid. Met een schuifdeur komen ze in hun “treinkamertje” waar de zetels nog normaal staan, nog niet omgevormd tot bedden. Een jonge dame van Thaise of Fillipijnseafkomst  zit aan het venster en rechts aan de ingang zitten twee jonge mensen die ongeveer de leeftijd moeten hebben als Jente en Janne.  Goenaovnd zegt Leo in het Brugs, plaatst de bagage op de voorziene plaats, haalt zijn boek van Aspe uit zijn rugzak en neemt plaats op een meter van  het Oosterse meisje. Francinehaalt  de nieuwe libelle boven die ze kocht op weg naar het station. Miss Bangkok was met haar lange nagels op haar smartphone aan het tokkelen .  Ze had nog geen woord gezegd. En het koppel was aan het giechelen en verliefd naar elkaar aan het kijken. Ze spraken Duits, dus waarschijnlijk Oostenrijkers die na een bezoek aan ons Belgenlandje terug naar hun heimat  terug keren.

Iedereen zit in zijn eigen cocon met hun eigen ding. Leo leest  naarstig verder in  zijn boek , het is heel spannend en net als hij leest dat Van inn een duvelke gaat drinken in zijn stamcafé krijgt hij  potverdorie toch ook wel zin in een goed fris bierke.  Gaan we eens een wandelingetje doen Cientje en iets fris gaan drinken in de restauratiewagen vraagt Leo die al rechtstaat , zijn short optrekt en zijn ceintuur nog eens aanspant. Eigenlijk zou hij ook nog een goeie scheet moeten laten om zich wat gemakkelijker te voelen en misschien kan hij dat ongestoord in het gangpad doen. En  hij heeft geluk er loopt niemand in het gangpad. Hij sluit zachtjes de deur van de coupé laat Cientje voorgaan maakt een grimas en doet wat hij een tijdje geleden al  had moeten doen. Hij haalt opgelucht adem, dat werd tijd denkt hij . Hij is in zijn nopjes en loopt fluitend door de gangen.  De restauratiewagen is vier wagons verder. Er is een tafeltje vrij in het midden,  het is er gezellig en hij stelt zich even voor dat hij op de orient express zit. Cien neemt de kaart , gaat met haar vinger over de drankjes. Amai Leo, 6.5€ voor een glaasje witte wijn, is dat niet wat duur? Leo antwoordt met amai, ja dat is al prijzig. Misschien drink ik dan toch maar een biertje mee met jou zegt Francine, daar zit op zijn minst 25 cl in. Als het dan maar een klein wijntje is kan ze daar enorm pissed voor zijn als ze daar zo’n hoge prijs moet voor betalen.  Duvel staat helaas niet op de kaart en dan kiezen ze elk een tripel karmeliet. Kost ook 6.5 € per stuk, maar dit is tenminste 33cl en één van de lekkerste biertjes uit België. Met wijn weet je nooit wat je zal krijgen, het kan zo uit een kartonnetje komen. En leo en Francine zijn niet gierig, maar worden ook niet graag bedot. Ze krijgen er een schaaltje kleine pretzels bij.  Een nepkaarsje op batterijtjes staat gezellig te flikkeren in een bordeaux glazen potje. Leo lacht naar Francine  , neemt even haar hand vast , en fluistert  dat hij haar nog elke dag even graag ziet en dat hij met haar nog veel avonturen willen beleven.  Ze maken veronderstellingen over Oostenrijk, hoe het er zal uitzien, of het eten lekker zou zijn in het hotel. Hoe het zou lopen met Janne en Jente. Maar ze hebben er een goed gevoel bij. Alles komt vast goed, zoals altijd.

Als ze hun biertje leeg hebben staan ze recht en vatten de terugweg aan, vier wagons terug. T ging precies rapper in t doorgaan zegt Leo, waarop Francine antwoordt , dat zal van de dorst geweest zijn Leootje. Leo steekt zijn schouders op en stapt dapper verder. In hun coupé hebben de drie medereizigers de bedden opgemaakt en liggen er al in. Tarara fluistert Leo, wij moeten helemaal bovenaan kruipen, die luizigaards hebben de onderste bedden ingenomen. Op de tweede verdieping is nog een plaatsje vrij naast de Thaise lady, maar die is zo aan het knarsetanden dat Leo verkiest om toch tot boven te klauteren. Hij moet zijn gestreepte pijama nog uithalen. Verdorie, vervelend dat die nu al allemaal in hun bed liggen , ze waren beter ook eerst nog een pint gaan pakken die lussakken.  Alles moet op de tast gebeuren want het licht is al uit  en t is helledonker en bovendien is Leo ook nog nachtblind ook wat het een stuk moeilijker maakt. Hij zit te rokelen in zijn valies en hij hoort iemand onder hem zuchten. Godver denkt Leo, ze moeten niet zagen , wie gaat er nu al slapen om 9.30.  Hij probeert zichzelf zo stiletjes mogelijk uit zijn kleren te wurmen. Hij ziet dat zijn Cientje al onder het deken ligt. Ja zijn Cientje gaat elke week naar de yoga en dan redt je het natuurlijkveel sneller in zo’s benarde situatie. Gelukkig hebbe die karwaten hun bed toch een beetje opgemaakt, ze kregen elk 2 lakens toebedeeld, een hoofdkussen en donkerbruin deken. Het mag dan wel warm zijn, de airco ligt hier aan Leo met zijn reuma, dat zou niet goed komen. Hij maakt er dankbaar gebruikt van.

Hij werpt zijn Francine een handkusje toe en als een verliefde puber beantwoordt ze dat met een weder-handkusje.

Leo geniet van de kadans van de wielen op het ijzer, rumoerig, maar hij wordt er slaperig van alsof hij zoals vroeger als baby in slaap viel in zijn kinderwagen die bolde over de kasseien in de straten van Brugge. Zijn moeder was nogal preus met Leo als baby, t was een wolk van een kind, met een paar blonde donshaartjes en helblauwe ogen. Hij miste zijn moeder die nog niet zo lang geleden overleden was  en in gedachten zei hij, “moeder moet je nu ne keer wat weten, we gaan naar Oostenrijk” en hij meende haar te horen antwoorden met de woorden, “ ah da’s goed jongne, voorzichtjes zijn hé”. Die gedachte maakte Leo triest en blij tegelijk. Moeder gaf hen dan altijd een kruisje op hun voorhoofd voor ze vertrokken op reis en ze zei daarbij  “tjegentjoe en bewoare joe” wat betekend God zegen u en beware u. En hoewel Leo niet in mijnheerke God gelooft vond hij dat kruisje van zijn mama wel heel lief.

Enfin denkt Leo, we moeten daar nu niet aan denken, we moeten denken aan morgen, aan de bergen, de glooiende landschappen, de zuivere berglucht, de koeien met bellen, of lopen die in Zwitserland. Leo weet het niet meer. Hij was ooit meegeweest met de ziekenbond op  14-jarige leeftijd naar Maloja, maar hij herinnerde zich daar nog weinig van.

Leo draaide zich op zijn zij en na vijf minuten lag hij wonderbaarlijk te slapen.

 

S morgens haastte iedereen zich naar het piepkleine badkamertje die ze toegezegd hadden gekregen. Onmogelijk om met twee tegelijk te gaan. Leo en Francine hadden gedoucht voor ze vertrokken en Leo zei tegen Francine,” t gaot een rap kattewashtje zien wi” ( het zal een rap kattenwasje worden )maar hij zou al blij zijn als hij tanden eens deftig zou kunnen poetsen, want met die droge lucht, denkt hij dat hij uren in de wind uit zijn bek stinkt. En hij was zijn doosje tictac-muntjes vergeten. Overal thuis heeft hij doosjes tictac staan, hij is er verslaafd aan . Hij was kwaad geweest toen Francine zei dat ze zijn muntjes was vergeten.

Binnen het uur waren ze allemaal “ gebadkamert”  en Francine en Leo besluiten om een ontbijt te nemen in de restauratiewagen, terwijl de anderen hun lunchpakket tevoorschijn toveren  en een kopje koffie kochten aan de bediende met zijn koffiekarretje. We zijn op reis zei Francine we gaan hier niet de gierigaard uithangen. We gaan gewoon gezellig ontbijten.

Het was een eenvoudig ontbijt, voor elk twee pistolekes en een koffiekoek. Leo miste zijn spekulooskoekjes en smeerde dan maar wat confituur op zijn broodjes. Maar hij was uitgehongerd en het smaakte hem. Zijn Francine ziet er ontspannen denkt hij, ze is al helemaal in reismodus. Tevreden wreef hij over zijn buik. Hij zag er best nog goed uit voor zijn leeftijd, een buikje van het goed leven, maar geen dikke bierbuik zoals Wim zijn buurman.

Ze waren al een tijdje over de grens Oostenrijk gereden en ze moesten zich na het ontbijt al haasten  want ze waren er bijna. Francines hart maakte een sprongetje, twee vliegen in een klap denkt ze, een reisje en gezellige momenten met hun zoon en zijn lief. En ze zou wel eens dieper polsen  en observeren wie Janne nu precies is.  Want ze vertrouwt het zaakje niet helemaal.

De trein stopte in het immense station van Innsbruck. Ze waren er , joepie.

 

 

28. In de cel was het tenminste veilig… (tp)

Adam was op de Expressweg geraakt richting Brugge, maar moest met zijn Peugeootje nog vijf camions voorbijsteken vooraleer hij ‘volle pulle’ kon geven. Hij ergerde zich rot aan die laatste vrachtwagen, die in zijn inhaalmanoeuvre minutenlang (zo leek het wel) naast die andere bleef rijden. Het was een camion van Braadkippen Lammens, al meer dan veertig jaar de toonaangevende kippenboer van West Vlaanderen. Liefst zou de Rat die chauffeur tegen de rand rijden, hem uit zijn camion sleuren en hem met zo’n rauwe braadkip tegen zijn smoel slaan tot zijn tanden als legoblokjes uit zijn muil zouden vliegen. De rotzak, verdomme.

Het zat hem niet mee vandaag. Eerst vernemen dat zijn vrouw zichzelf heeft laten opnemen in een gekkenhuis, dan nog moeten horen van die achterlijke dokter Nesreh dat ‘die vette kalle’ van hem wou scheiden en dan nog, ergst van al, naar een frietkot moeten gaan om wat vettig eten in zijn maag te proppen. Hij had er nog het zuur van, het leek of die vettige saus om de paar minuten terugkeerde naar zijn keel.

‘Die Rita moest al meer dan twintig jaar in een zottenkot gezeten hebben’, dacht Adam, wetende dat er sinds de geboorte van zijn dochter geen huis meer met haar te houden was. Wat hadden ze eigenlijk nog gemeen? Als hij dan al eens thuis kwam, keek ze hem nooit meer recht in de ogen, laat staan dat ze nog eens iets amusant samen deden. Vader-dochtermomenten had hij ook zelden gehad, eigenlijk had hij het gevoel dat die kleine is opgegroeid buiten het zicht van zijn radar. Toen Janne volwassen werd kreeg hij weer een klein beetje contact, en kon hij haar zelfs eens in het werk steken in die bar in Knokke, maar na haar relatief korte verblijf in Twiggy’s was ze weer uit zijn gezichtsveld verdwenen. Ze vond het blijkbaar te min om met haar gat te gaan schudden op een tafel, niettegenstaande het mooie geld dat ze ermee verdiende. ‘Ondankbaar wicht’.

“Godverdomme”, vloekte Adam twee kilometer verder. Weer twee camions die zich als een verliefd koppeltje naast elkaar bewogen aan negentig kilometer per uur. Het scheelde geen haar of ze hingen met hun hoofd en armen uit hun raam, en draaiden elkaar een tong. Het werd de Rat teveel, en hij gebruikte het nichterige claxonnetje van zijn Peugeot om de twee tot de orde te roepen. Eén van de twee camionchauffeurs demonstreerde daarop hoe zijn claxon klonk, waaruit onmiddellijk bleek wie het hier voor het zeggen had. Er verscheen een zeldzame glimlach op het gezicht van Adam, want dit geluid deed hem denken aan de anekdote die hij van zijn ‘vriend’ Paul had gehoord, die in het voorjaar naar Zuid Afrika was geweest en een nijlpaard had horen een scheet laten. “Echt waar, Adam, het klonk als de claxon van een vrachtwagen of autobus!” hield hij vol. Ze hadden elk al een zevental Duvels binnen, en op zo’n moment lach je met het minste. ‘Op zo’n moment vind je ook elke vrouw mooi’, bedacht hij, en glimlachte voor een zeldzame tweede keer toen hij bedacht hoe hij na zo’n zuipfestijn vaak een meezuipende dronken vrouw had meegenomen naar een hotelkamer, en pas bij het ontwaken merkte welke draak naast hem in bed lag. Ooit had zo’n scharminkel een paar maand later beweerd dat ze een kind van hem verwachtte. Hij had dit niet laten gebeuren, en liet een ‘vriend’ van hem het probleem oplossen. Eric Van Middelem, in het vrouwenhandel-milieu beter bekend als Michel Preute (wat zijn ze toch lief voor elkaar bij het bedenken van hun schuilnamen) was toen nog een heel kleintje in zijn vak en hij kende wel iemand die deze vrouw kon afraden om Adam nog lastig te vallen. Die was bij haar op bezoek geweest en had gedreigd: “Is het nu gedaan met Adam lastig te vallen?” Ze had vriendelijk ‘ja’ gezegd. Ze schudden elkaar de hand, omhelsden elkaar en van ’t één kwam het ander. Nog vooraleer het bewuste programma op VTM bestond zijn ze samen een B&B begonnen. Ondertussen hebben ze een keten van vijf Bed and Breakfasts onder de gemeenschappelijke noemer ‘Slaap eens Bij een Ander BVBA’. Hun zoon, de vermeende nazaat van de Rat, is effectief een verschrikkelijke lelijkaard geworden, maar  is goed in het knutselen van papieren hoedjes. Ooit vindt hij wel een job waar hij zijn kunsten kan uitspelen. Ooit, zoals de dag komt dat de zon en de maan elkaar een hand geven. Zou Janne weten dat ze ergens een bastaardbroer had lopen in ons apenlandje? Zij: knap als een zeemeermin uit ’s mans zwoelste dromen, hij: zo lelijk dat donder en bliksem het zouden op een loopje zetten mochten ze dat monster tegenkomen op straat in het halfdonker.

We zijn aan het afwijken van het verhaal.

Adam vroeg zich eindelijk af waarom hij vandaag, op zijn éénenvijftigste, nog steeds in die stomme Peugeot 206 over de Expressweg stoof om te rijden naar dat klote huurhuis van het OCMW. Met zijn louche praktijken had hij miljoenen Euro’s staan op verschillende bankrekeningen in Panama. Toen hij zijn bankbediende bij KBC jaren geleden vroeg wat hij met al dat zwart geld moest doen had die hem achter zijn rug aangegeven bij de interne inspectiediensten en toen had hij het bijna ‘aan zijn rekker’. Veel te dure gehaaide advocaten (en laat ons hier alstublieft niet belachelijk doen en verwarren met de aperitiefpap gemaakt van eieren, waar men ook in Oostenrijk kaas van heeft gegeten) hebben hem dan voor veel te veel geld behoed voor een nog veel zwaardere boete maar vooral van een vuile stempel bij de belastingdiensten. Een andere bank die later failliet is gegaan en nu nog voorlopig als ‘staatsbank’ wordt bestempeld heeft hem toen bij de handjes genomen en geleid naar die constructies in Panama. Eén of andere gek heeft later een heel pak van die gegevens naar buiten gebracht en jawel, ook hij stond op de bewuste lijst. Toch met een code die hij herkende. Het was nu al een tijdje heel stil rond die affaire, met wat geluk hadden de belastingdiensten hun tanden erop stuk gebeten en zou hij er niets meer van horen.

Bij het verlaten van de Nieuwe Wandeling in Gent had de directeur hem een waarschuwing gegeven. “Schauvliege, pas goed op!” was hij begonnen. “Vandaag kun je, absoluut tegen mijn zin in, ‘mijn’ hotel verlaten zonder enkelband, maar de volgende keer heb je zeker prijs, ook al kost het me mijn job. Je kunt godverdomme zien dat je vanaf dat je de deur hier buiten stapt altijd bereikbaar bent. De minste onwelriekende scheet die je laat zal worden geroken, de kleinste misstap is voldoende om je weer in de bak te draaien en je zult afzien. Je zult verdomme afzien. Ik weet wel wie ik naast jou in de douche zal zetten, en het zal niet alleen maar zijn om je te wassen.”

Kon hij maar zo’n miljoentje of twee laten overkomen uit Panama, dan kon hij dat hele vuile wereldje, Michel Preute op kop, de rug toedraaien en een lui leventje beginnen in, pakweg, de Algarve. Naar wie moest hij nog omkijken? Rita, de vette kalle, was hij kwijt. Janne eigenlijk niet, maar die was hém liever kwijt. Hewel, dat ze stooft in de andijvie. Die bastaard die papieren hoedjes kan plooien kon vierkant ontploffen voor zijn part en dat huisje van het OCMW was hij strontbeu. Hoe kon het trouwens dat, anno tweeduizend achttien, een mens in zo’n ‘kot’ nog steeds buiten moest gaan kakken achter een deur met een hartje op geschilderd, op een plank met een gat in? En ja, het was zo gepland dat over vijf jaar die rij van tien godshuisjes zou gerenoveerd worden en er zeven woningen van zouden gemaakt worden met het modernste comfort, maar over vijf jaar kon hij al lang dood zijn. Of kon hij aan een neurologische afwijking lijden waarvan de dokters maar de oorzaak niet vonden en hij zich van miserie zou ophangen aan een dik touw in het Tillegembos van Brugge.

“NU leef ik!” brulde Adam in zijn auto, terwijl de afrit van Ruddervoorde in zijn vizier kwam.

Zijn telefoon ging. Adam had hem al zo vaak verwittigd dat hij niet mocht gaan terwijl hij aan het rijden is, en vroeg hem om te komen terugstappen. Dat lukte. Toen het toestel  was teruggekeerd nam hij het beet en luisterde hij wie aan de andere kant van de lijn hing. Nog zo’n uitdrukking die de Rat nooit had begrepen. Hoe kan nu iemand aan de andere kant van de lijn hangen? Het was echter niet aan hem om de oefening van deze zware overpeinzing te maken. Op het schermpje zag hij de naam van zijn broer Jack verschijnen, waarop hij het gesprek vlug in gang stak.

“Broere, ’t is ikke!” zei Jack, “aan het rijden? Je weet toch dat je niet mag telefoneren tijdens het rijden? Die tjoeten in Gent heeft toch gezegd..”

Zeveroare, zwijg stil als je niks te vertellen hebt. Wuk schilt er?” Het gebruik van ‘wuk’ in het West Vlaams gebeurt eerder in het zuiden van de provincie, maar Adam vond het zo’n prachtig woord dat hij het ook graag gebruikte.

“Ik kreeg net een telefoontje uit Hippach. Maurice is erin geslaagd om Jente Coucke een loer te draaien. Op zijn naïeve maar steeds geniale manier. Die vuile flik kreeg een rattenkop op z’n gat gebrandmerkt terwijl hij in de sauna zat te luieren in z’n blote flikker. Naar het schijnt heeft hij nogal gejodeld toen het metaal zijn vel kuste. Er is een ziekenwagen aan te pas gekomen. Maurice kon zich nog goed met het verhaal uit de voeten maken, maar…”

De Rat was in een bulderende lach geschoten. Het laatste woord ‘maar’ had hij amper gehoord, laat staan er aandacht aan gegeven. Eindelijk had die vuile Coucke, die vakidioot, een lesje gekregen dat hem zou bij blijven. Eindelijk…

“Maar broere, stop nu eens met lachen, want ik wou je zeggen…”

Het was te mooi om waar te zijn, dacht Adam, en hij hield op met lachen. “Is er nog iets gebeurd, misschien?”

“Ja, broere, Maurice wou zo vlug mogelijk het hazenpad kiezen, en maakte toch een paar foutjes. De politie van Oostenrijk, met een zekere commissaris Hitler op kop, is eraan te pas gekomen en Maurice was meteen verdachte nummer één. Hij is opgepakt in het station en naar de gevangenis van Innsbruck gebracht, waar hij momenteel op de rooster wordt gelegd. Als hij maar zwijgt over ons, want…”

Adam had de afrit Sint Michiels genomen en zou via de Brugse Ring naar zijn huisje rijden. De Peugeot reed in een zone dertig, maar had het niet begrepen op die maximale snelheidslimiet. Hij hoorde het oorverdovende lawaai van een MUG-ziekenwagen die zich een weg zocht door het 24/24 drukke verkeer in de Brugse binnenstad. Gevolgd door een politiecombi. Waarschijnlijk weer een oudje in nood, of een vent die een hartaanval had gekregen. Alle auto’s gingen opzij, behalve die ene grijze Peugeot 206, waarvan de chauffeur druk aan het telefoneren was achter het stuur.

Jack hoorde een vreselijke knal.

“Adam?”

2

 

24 Leve de vrijheid.

n-BARBARA-MEIER-768x768Christine verschiet zich een ongeluk als ineens haar gsm rinkelt zo vroeg in de morgen. Verdorie denkt ze, wie belt me zo vroeg uit bed, ik was net zo heerlijk aan het dromen over verre reizen en prachtige stranden. Ze kijkt naar het scherm en kent het nummer niet. Normaal is ze dan geneigd om gewoon niet op te nemen, maar zo vroeg in de morgen, misschien een noodgeval, en haar nieuwsgierigheid wint het van haar vermoeidheid. Terwijl ze de pieren uit de ogen haalt drukt ze op het groene telefoontje en noemt haar naam.
Ze gaat zich opeens rechtop in bed zetten, de politie, potverdorie wat willen die van mij, schiet het door haar gedachten. Of ze ene Janne Schauwvlieghe kent. Ja meneer, ik ken Janne! En waarom ze me het laatst gebeld heeft, euh, gewoon omdat we vriendinnen zijn. Is er iets met Janne vraagt ze ongerust, oh my god, Janne, ze is toch niet dood meneer de politie?
De politieagent zegt dat hij niet veel over het onderzoek kan zeggen en Christine weet best wel dat dit logisch is, ze kijkt immers heel graag naar politieseries op tv, vroeger naar Witse ook naar de Ridder want de hoofdrolspeelster is even ros als haar, ze voelt zich op de één of andere manier verbonden met haar, rosse mensen hebben dit wel meer, united by ginger hair,  de rossen onder elkaar zeg maar.
Of ik weet of ze al lang samen is met Jente Coucke? Euh, ze heeft me kort geleden verteld dat ze samen is met iemand, maar ze moest snel afhaken. De brigadier aan de lijn vraagt nog of het Janne de dochter van Adam Schauwvlieghe betreft. Of ze het wel over dezelfde Janne hebben. Ik geloof het wel meneer. Kan ik nog iets voor je doen mijnheer. Neen dank u juffrouw Vanhecke bedank voor je hulp. En ze hoort een klikje , waarop ze haar gsm op haar bed legt, want de agent heeft afgelegd.
Vreemd zegt ze luid. Zou er iets gebeurt zijn met Janne, zit ze in de shit? Ze wilde wat zeggen de vorige keer, was ze dan in gevaar? Het gedachtenmolentje in haar hoofd doet haar werk. En Christine is niet van de allerslimsten, ze had geen hoge studies gedaan, maar ze kon wel af en toe gigantisch goeie invallen hebben. Ze staat op om haar eerste kopje koffie te drinken, het eerste van de hele sloot koffie die ze er op een dag doordraait. Ja ze weet het, veel te veel koffie, en ja ze is verslaafd, tot dat besluit is ze al lang gekomen. Het is begonnen toen ze gestopt is met roken. Ze had haar heil in koffie gezocht en was zo van de ene verslaving in de andere gedonderd. Gelukkig wel een verslaving die minder schadelijk is voor de gezondheid. Ze wordt er wel vaak hyperdepiep van en dan weet ze dat ze één kopje te veel heeft gedronken.
Na het tweede kopje van het zwarte goud besluit ze om Janne te bellen. Ze moest en zou weten wat er aan de hand is. Ze kan niet anders, als ze haar vriendin kan helpen wil ze er voor haar zijn. Oeps bedenkt ze ineens, Janne zit in Oostenrijk, ik zal haar met fb bellen dan is het gratis. Ze had niet veel belminuten meer over en ze moest heel zuinig met de minuutjes omspringen omdat ze maar een abonnement heeft van 15 euro per maand, iets van proximus, maar ze is al vergeten wat de naam precies was van het abonnement. Ze had er wel een Gsm bij kunnen krijgen aan 9 €, en dat was wel handig meegenomen, want de hare was uit haar zak gevallen toen ze aan het werk was in de matrassenfabriek. Haar moeder was heel erg kwaad geweest want ze had hem nog maar vier jaar en hij was nu al stuk, enfin dat was wat de moeder vond.
Ze logde in op fb, keek of Janne geen berichten had geplaatst gisteren of zo, misschien was er haar iets ontgaan, want je scrolt al eens over zo’n bericht heen zonder dat je er erg in hebt.
En idd, een wenend gezichtje en daarbij geschreven, Een avondje welness loopt slecht af, arme Jente.
Wat zou er dan gebeurt kunnen zijn vraagt Christje zich af. Zou haar vriend onwel geworden zijn in één van die hete cabines. Zot zijn de mensen die daar in kruipen! Tot 80 graden gaan die dingen! En als het 37 graden is buiten klagen ze steen en been dat het te warm is. Man man, wat zitten mensen soms raar in elkaar. Christje zouden ze daar niet binnen krijgen in zo’n ding.
Haar gedachten gingen terug naar Jente, wat zou hem kunnen zijn overkomen. Er staat verder geen uitleg meer onder de reacties. Alleen reacties, in de trent, van “ zo erg,” “ oei, veel sterkte” en zo meer van die troostende woorden die mensen daarop kwakken zonder eigenlijk echt bezorgd te zijn, maar een beetje doen alsof. Echte vrienden bellen elkaar prompt op bij het lezen van zo’n berichten. Dus, ze opent het chatvenster van Janne en duwt op het telefoontje. De telefoon gaat over één keer , twee keer en de derde keer Bingo! Ze hoort Hanne aan de andere kant van de lijn.
Hey Christje wat nieuws om u te horen? Snel en onsamenhangend van de stress begint Christje snel haar litanie af te steken, over het gesprek met de flikken en haar bezorgdheid en wat er nu eigenlijk aan de hand is met Janne en Jente. En dan begint Janne te fluisteren , uit angst dat Jente elk moment de kamer kan binnenkomen. Ik ben bang Christje zegt ze, de ouders van Jente komen hier naartoe en de vader weet van dat strippen af, hij is ooit eens langs geweest in het hoerenkot waar ik werkte. En ik ben zo bang om hier aan mijn lot te worden overgelaten te worden als Jente me zal dumpen omwille van de leugen die ik al een paar maanden volhoud. En dat ze dan niet weet hoe ze thuis moet geraken en dan schiet het gemoed van Janne vol en begint ze te huilen “Kan je me helpen “ smeekt ze. Ik zal doen wat ik kan, ik ben in verlof, ik kan naar je toekomen, alleen moet ik kijken of ik een vlucht naar Innsbruck kan boeken, en of je me dan kan ophalen en eventueel een kamer voor me boeken in het hotel, anders sta ik daar schoon. Ik heb nog nooit in een vliegtuig gezeten, dat wordt misschien de kans van mijn leven. Zou Ryanair naar Innsbruck vliegen, hopelijk is er geen staking. Ik ga snel mijn laptop openen en een kijken als ik een vlucht vind. Iemand van de fabriek doet dat ook vaak en verteld me daar vaak over, dat moet me dus ook wel lukken. Ik hang nu snel op Janneke, ik stuur je berichtjes via facebook. Tot later en Christine hangt op. Zo spannend denkt ze. Haar adrenaline stijgt ten top. Misschien is dat wel de sprong die ik moet maken om uit dit klote leven weg te geraken denkt ze.
Snel tokkelt ze in google “ vluchten naar Innsbruck “ En al snel komt de ontgoocheling. Geen enkele rechtstreekse vlucht vanuit Brussel, en tweede aspect. Pokkeduur, 524.35 € voor de goedkoopste vlucht, maar het is met tussenstop. Damn damn, toeme toeme toch zucht ze. En haar gedachten gaan op zoek naar een betere oplossing. Ze wil er aankomen vooraleer zijn ouders er zijn. Maar ik vrees dat het niet gaat lukken denkt ze.
Car stop?? Zou dat een optie zijn? Even googelen. Dank u meneertje google zegt ze luidop. Geen idee of meneertje het ook daadwerkelijk hoort.
Nope geen aanbiedingen voor Insbruck. Bij de ouibus ( neen, het is niet de kwibus, maar echt de ouibus ) dan snel kijken, ook niets. Daar is nog ergens zo’n bus bedenkt ze zenuwachtig terwijl ze met haar ene hand aan haar rosse vlecht draait. Iets wat ze wel vaker doet als ze nerveus is. Flexibus?? Is het dat? Twijfelend gaat ze googelen. Het is niet flexibus maar flixbus. Voor 89.98 rijdt ze rechtstreeks van Brussel naar Innsbruck? Maar dan moet ze zich wel haasten, want de trein vertrekt over 1.30 van uit Brussel. Ze kijkt op de Nmbs app wanneer ze een trein heeft in Tielt. Trekt haar kleren aan. Smijt wat kleren in haar valies. Een paar onderbroeken, een slaapkleed, een short en een jeans. En ze belt prompt haar collega op van de fabriek. Die zal haar wel brengen, want ze weet dat hij een oogje op haar heeft. Maar het is bijlange niet wederkerig, want die Jean is totaal haar genre niet. Veel te beschaamd, zij tettert graag en moet iemand hebben waarmee ze kan babbelen tot haar tong op haar tenen hangt.
De Jean neemt onmiddellijk op en vijf minuten later claxonneert hij voor haar deur om te laten weten dat hij er is. Ze stapt in zijn oude lada en is al blij dat ze zeven minuten later aan het station staat. Van contentement geeft ze hem een kus op zijn wang , waardoor de Jean gaat blozen. Bij het uitstappen bedenkt ze dat ze net iets heel stoms heeft gedaan omdat ze nu een verkeerd signaal aan de Jean heeft gegeven. Soit nu niet over nadenken, mijn trein komt binnen drie minuten aan. Ze hadden gelukkig niet moeten wachten aan de overweg, want dan was ze te laat geweest. Ze had gewild dat Jeanke wat sneller reed, maar ze wist anderzijds wel dat de kikkergroene lada niet sneller dan een klene 60 km per uur meer aankan.
In de verte hoort ze de trein aan komen bulderen. Ze had snel een vignet gekocht aan het automaat, want het loket is niet eens altijd open in Tielt, besparingen weeral, altijd overal besparingen. Ze zet zich aan een tafeltje voor twee personen en hoopt dat er niemand voor haar komt zitten. En ze typt een facebookbericht naar haar vriendin. Heel kort. Ik kom met Flixbus. Morgenvroeg komt ze aan in Innsbruck , twee uur vooraleer de nachttrein eraan komt waar mijnheer en mevrouw Coucke arriveren.
Christine kruist haar vingers en hoopt dat de bus geen vertraging zal oplopen. Haar avontuur is begonnen en ze is nog nooit zo gelukkig geweest omwille van haar beslissing. Nu mocht ze vast nooit meer binnen thuis. Misschien kon ze een tijdje in Oostenrijk blijven, eerst een zomerbaantje doen en dan zien. Een carriére in de horeca ziet ze wel zitten , ze spreekt dan wel geen Duits, maar kan perfect overweg met Engels en Frans, en Nederlands. Ze begon heel luid te lachen toen ze bedacht hoe ze er in zo’n drindl costuumpje zou uitzien. Het zou haar wel staan met haar lange rosse vlecht. Een defitg heertje met een brilletje,draait zich om en kijkt even over zijn brilletje heen. Vast zo bureaucraatje zonder gevoel voor humor denkt Chris en ze gaat haar facebook nog eens checken en tikt een bericht in. De eerste dag van mijn nieuwe leven,  plaatst ze op haar pagina met een lachend gezichtje erbij. Ze heeft zich nog ooit zo bevrijd  gevoeld.

26. Eier Creme (tp)

2

 

Hitler was om zeventien uur naar huis getrokken met zijn lege boterhammendoos. Berger en Wurst kregen de opdracht om Maurice alle informatie te ontlokken die nodig was om de Operation Rattenkopf zo vlug mogelijk af te ronden. Ze hadden op de dienst meer dan werk genoeg zonder dat die aangevallen Belgische collega er nog een schepje bovenop deed.

Het cliché van de politiefeuilletons is ook werkelijkheid. In zo’n verhoorkamer hangt een spiegel waar je via het achterkantoortje kan volgen wat gebeurt in de ruimte. Hitler vond dat een verhoor nog het best lukt als de beschuldigde zich in een nederige positie bevindt. Maurice was enkel gekleed in zo’n soort hospitaalhemd met een knoop achteraan. Dit hadden de inspecteurs kunnen recupereren van een ziekenhuisopname die Hitler had gehad om die granaat te verwijderen die naar zijn zeggen per ongeluk in zijn anus was beland en er niet meer op een natuurlijke manier uitkwam. “Geen vragen bij stellen”, had Berger toen geadviseerd aan Wurst en het ding werd in de kast gelegd (niet de granaat natuurlijk, maar het kleed). Tot Maurice dit na de fouillering moest aantrekken en zich moest plaatsen op het stoeltje met de half afgezaagde poten dat in de verhoorkamer stond opgesteld.

Beide inspecteurs stonden te kijken aan de achterkant van de spiegel, en zagen een bange Maurice wachten op wat komen moest. Ze zagen duidelijk hoe hij met zijn rechter wijsvinger iets uit zijn neus haalde, er een bolletje van maakte en dit door de ruimte schoot. Hij keek schichtig om zich heen alsof hij een weg wou vinden om te ontsnappen.

Ze besloten de kamer binnen te stappen, één voor één. Gertrude Berger stak een sigaret op. Niet omdat ze rookte (want ze vond dit verschrikkelijk stinken), maar om de vermeende dader van de rattenkop-affaire te intimideren. Ze haalde een grote hap rook binnen en blies die zonder inhaleren in het gezicht van Maurice.

Op vraag van de uitgever van deze bestseller-to-be vertaal ik de conversatie naar het Nederlands:

“Hewel, Maurice, vertel eens, wat heeft je bezield om…”

“Kekkikniksgedoan, madamtje. En derbie, j’n oasem stienkt no de peste. Lat mien gerust en lat mien were vrie. Wor is mien veschen oenderbroek en wor is mien tieshurt van kaadrie?”

Auteur dezes begrijpt amper wat het mannetje vertelde, laat staan dat Berger dit wel deed. Ze belde Jente op en liet haar GSM op tafel liggen, zodat die simultaan kon vertalen. Dat hij als slachtoffer te nauw betrokken was om als tolk dienst te kunnen doen, daar trokken de inspecteurs zich niets van aan.

Hitler had zijn instructies gegeven. “Er mag met een los handje gezwaaid worden, dat ventje mag gerust eens over de grond rollen, als hij maar spreekt!” klonk het uit zijn mond voordat hij in een hoestbui losbarstte. Er was geen toespijs in huis, en hij had dan maar zeven gekookte eieren meegenomen uit de koelkast om zijn drie boterhammen mee naar binnen te kunnen spelen. Het was geen goed idee geweest hier teveel peper op te doen. Hij was wel zo slim geweest de eieren te pellen, waar Wurst bewonderend op had toegezien.

Dat los handje was wel iets naar de kolf van Heinz Wurst. Zijn broer was trouwens Leber Wurst, één van de meest geduchte boksers bij de zwaargewichten op het Oostenrijkse vasteland. In hun jeugd hadden ze vaak een robbertje uitgevochten, waarbij Heinz helaas steeds aan het kortste eind trok. De inspecteur draaide zijn stropdas rond zijn vuist en trakteerde Maurice op een eerste uppercut in het volle gezicht.

“Ten eerste, beste vriend, zul je hier en nu bekennen dat jij die hete rattenkop tegen de billen van Jente Coucke hebt gehouden…”

Vertaalmachine Jente deed zijn werk toen Maurice antwoordde:

“Ik heb echt waar niets gedaan, ‘mijnheer de juge’, echt waar niet, ik zou liegen mocht ik de waarheid niet zeggen!”

“OK, dan,” antwoordde Wurst, “die rattenkop van je, dat verwrongen ding, ligt te roosteren op het gasvuur in de keuken. Je mag je straks een buigen en we plooien dat ding op de plaats waar je hospitaalhemd open valt!”

“Maar meneer de juge toch, ik heb niets gedaan, maar als je wil dat ik het heb gedaan, dan heb ik het gedaan. Mag ik nu naar huis?”

Berger vond dat het haar beurt was, en vroeg Maurice om een beetje ernstig te zijn. Ofwel had hij het gedaan, ofwel niet, niet iets tussenin en een gedwongen getuigenis stond niet in haar woordenboek. Ze opende haar mond en sprak de woorden:

“Neemt en eet hiervan mijn allen, want dit…”

Wurst onderbrak haar, en fluisterde in haar oor dat deze zin in een andere context gebruikt wordt. Gertrude herpakte zich en riep naar Maurice terwijl het spuug in spetters uit haar mond vloog:

“Hast du es gemacht oder nicht, dreckiges Schwein?” ‘Lap’, dacht Maurice, daar is ze weer met haar moffentaaltje. Nu moesten ze niet gaan denken dat hij zomaar zou ‘plooien’ omdat zij hem duidelijk intimideerden. Hij had gehoord van de conventie van Genève, of was het nu Alkmaar, het maakte allemaal niet meer uit.

“Het is nu genoeg geweest, ik spreek niet meer zonder advocaat!” zei hij op strenge toon. Wurst en Berger keken elkaar aan, en wisten dat de man hier een punt had. Hitler mocht instructies geven zoveel hij wou, die engerd Maurice had recht op advocaat. Bols advocaat hadden ze niet staan, maar wel de oerdegelijke Eier Creme van een ongekend Oostenrijks merk. “Jij je zin,” blafte Berger, “maar dan nemen we voor onszelf ook een advocaat, dat het tijdens de diensturen is daar trekken we ons niks van aan, Dolf Hitler is toch ook al naar huis!” Ze zetten drie kleine glaasjes op tafel, deelden drie theelepeltjes uit en deden zich tegoed aan het drankje dat normaalgezien enkel tijdens de eindejaarsperiode wordt gebruikt.

Het had succes, want Maurice werd loslippiger. Hij bekende dat hij in Brugge opdracht had gekregen om Jente Coucke een lesje te leren. Hij was wel nuchter genoeg om als opdrachtgever Renaat Landuyt te geven, de enige naam die hem op dag ogenblik te binnen schoot. Dat dit de dienstdoende burgemeester van Brugge is, daar stond hij niet bij stil. En was dit wél het geval geweest, er zijn meer koeien die Blaar heten. “Aus Land Renate”, scheef Berger op, zoals Jente haar aan de telefoon dicteerde. ‘Vreemde naam’, vond ze nog.

Jente, die aan de andere kant van de lijn zat mee te luisteren, had al vlug door dat het met deze ondervraging maar niks zou worden en wou het echte werk overlaten aan een paar van zijn collega’s inspecteurs, die morgen zouden overvliegen naar Hippach om te helpen in het onderzoek. “We sluiten hier af voor vanavond,” zeiden Berger en Wurst, en ze schonken zich nog een advocaat in als slaapmutsje. Maurice vroeg er ook nog eentje, en kreeg de rest van de fles.  “Mag ik nu naar huis, mijnheer en mevrouw de juge?” vroeg hij oppermoedig, maar dat antwoord was negatief. “Morgen komen de inspecteurs uit Brugge, en dan ondervragen we je verder…” klonk het. Maurice werd door twee agenten meegenomen en naar zijn cel geleid waar hij de nacht moest doorbrengen met een moordenaar die net zijn postbode had omgebracht in plaats van de melkboer. Vergissingen zijn altijd mogelijk, ook in die milieus.

 

Ondertussen op hun kamer in hotel Kirchbichlhof had Jente Janne ingelicht dat zijn ouders onderweg waren om er een weekje vakantie te vieren samen. De reactie van Janne hierop was niet wat hij had verwacht. Ze kromp ineen. Enerzijds was er de onvoorwaardelijke liefde voor haar Jente, anderzijds was er het vreselijke geheim dat ze met zich meedroeg en waarvan ze wist dat vader Coucke én Maurice er vanaf wisten. Hoe kon ze zich uit deze netelige positie redden?  Misschien kon Christje van Meulebeke ingeschakeld worden om haar te redden? Die had haar pas toegevoegd als vriendin op Facebook, en was dus makkelijk bereikbaar. Maar hoe zou ze dit flikken? Kon ze Christje in Hippach krijgen vooraleer Leo en Francine toekwamen?  De verpleegster kwam een de deur kloppen om het achterwerk van Jente te verzorgen. Het was een corpulente dame met een mannelijk gezicht. Jente kreeg kippenvel toen ze hem benaderde…

 

 

23.Reisvoorbereidingen. (ch )

Francine kan de slaap niet vatten, het is veel te warm in de kamer waar Leo al ligt te snurken alsof hij de top van de Zugspitse aan het afzagen is.Op de tast zoekt ze haar sloefen en gaat naar beneden. De trap kraakt gevaarlijk en ze kan alleen maar hopen dat hij niet vol houtworm zit en de trap  het op een dag gaat begeven..  Rond haar zoeven een paar vervelende muggen die haar bloed wel kunnen drinken en daar heeft ze nu absoluut geen zin in? Verdorie toch Leo was weer vergeten om  het vliegenraam in te steken toen hij deze namiddag op het terras zat in de schaduw van een boompje die hij onlangs geplant heeft.

Ze gaat naar de koelkast die met deze zomerdagen bomvol zit , zodat ze door het bos de bomen niet ziet , of beter de flessen koele drank niet ziet. Mmm, spuitwater of een glas witte wijn. Ze kon een slaapmutsje wel gebruiken, maar nam dan toch de fles spuitwater met het idee in haar achterhoofd dat ze zaterdagavond op de bbq van de buren toch wat te diep in het glas had gekeken en daar in het gras had meegedaan aan “ de Marie-louise “ van Bart Kaëll. Het water bruiste in haar glas en het was heerlijk koel. Hm niets beter dan water dacht ze , en kloek dat dat is, de zwaarste boten varen op water!

Ze trok de schuif van de klassieke dressoir open.  Eigenlijk wou ze graag eens nieuwe meubelen maar Leo was nogal voor degelijkheid en zei, steevast, “ je moet ne keer kijken naar die meubels den dag van vandaoge, dat is allemaal leemplate en dat zijn nog echte eiken meubelen.

Ze zuchtte en bedacht welke meubelen zei eigenlijk zou kiezen als zij alleen het voor het zeggen had? Argh , haar gedachten namen weeral een vaart! Waarom kon ze dat draaimolentje s ‘ avonds niet gewoon afzetten en gewoon gaan slapen en ook de slaap kunnen vatten  zoals iedereen.

Ze neemt  het schema met de treinuren en kijkt nog eens voor de zekerheid  wanneer ze moeten vertrekken uit het station van Brugge . Ze moeten eerst naar Brussel en treinen dan met de nachttrein naar Oostenrijk. Waarna ze nog een boemeltrein naar Hippach moeten nemen.

Alles lijkt in orde! En ze steekt haar papieren al meteen in haar reizigerstas, want op reis gaan, dat is één van haar specialiteiten. Alles op tijd klaar steken nog tien maal checken of alles er nog steeds is. Ooit had Leo zijn rugzak met alle paperassen op de trein laten staan toen ze in Zaventem aankwamen. Gelukkig kon hij nog snel terug op de trein wippen. En Francine kon weer opgelucht ademhalen. Het zou een ramp geweest zijn zonder internationale passen konden ze gewoon hun kar keren en terug naar Brugge sporen..

Cientje neemt een kleine noteblok die ze cadeau kreeg van haar kleinkind met kerst, en een balpen van het boekhoudkantoor waar Leo werkte. Af en toe nam hij er een hele doos mee, foei Leo, zegt ze dan telkens, maar ze gebruikt ze wel graag. Ze bijt op het achterste van de nieuwe frisse balpen met een blauw en wit logo. En ze maakt een to-do-lijstje voor morgen. Wat ze zeker niet mag vergeten in de bagage te steken.

Oordruppels voor de Leo met zijn tinnitus, want hij kan last hebben van het hoogteverschil. Ook immodium moet al zeker in de toiletzak van o wee die darmen van Leo  dat zou niet goed komen met vettige schnitsels en apfelstrudels à volonté. Boorzuur voor in Leo’s wandelschoenen, want ola, wat heeft haar lieve man toch zo’n erge zweetvoeten en de liefde mag dan nog zo groot zijn,  ze zou een ommetje maken om niets van zijn  kaastenen te moeten ruiken. Always voor lange vluchten heeft ze niet meer van doen, want ze is sinds kort op haar menopauze, hopelijk niet te veel last van  opvliegers denkt ze, terwijl ze terwijl ze alweer aan het kauwen is op de balpen. Verdorie wat heeft onze Leo nog allemaal nodig.  Misschien oordoppen om al zeker te kunnen genieten van een “stille nacht” , neen geen heilge nacht, liever geen al te Heilige nachten , ze houdt op haar leeftijd  nog steeds van romantiek en een beetje erotiek op tijd en stond , jaja dat hoort er gewoon nog bij.

10 onderbroeken voor Leo, het is maar een week, maar met de Leo weet je nooit, een accidentje bij   een  al te enthousiaste scheet is rap gebeurt. Mischien maar wat  dafalgan, die Leo steevast “dazalgaantjes “ noemt. Dat kan nooit kwaad. En een insectenspray, Malaria zullen ze wel niet oplopen  tussen de Oostenrijks bergflanken, maar beter te veel meenemen dan te weinig , vindt Cientje.

Verder schrijft ze nog  op haar notitieblokje, Kw’s, wandelschoenen, shorts, zwemgerief. Want ze was vergeten of het nu een naaktwelness is of niet . Gelukkig moest ze niet meer langs bij de bank, sinds de invoering van de Euro zijn er geen Oostenrijkse shillings meer van doen, dat is dan al een gemak. Voor onderweg gaat de Leo morgen pistolekes halen. En op de nachttrein is er een  restauratiewagen.

Francine begint te geeuwen en denkt, ik ben nu wel moe genoeg om echt te slapen. Ze heeft in elk geval nu nog eens alles op papier kunnen zetten en haar hoofd op die manier leeg kunnen maken.

Morgen op t’ gemakse opstaan. De Leo zal wel eerst voor de koffie zorgen. Valiezen pakken en huppekee, wie had dat gedacht, op naar Oostenrijk! Wat zal dat met zich meebrengen? Oh neen, zegt ze panikerend, ik ben weeral aan het nadenken. Stoppen met nadenken en huppekee naar de bedstee bij de helft van haar trouwboek gaan liggen en  eindelijk te slapen. Op naar Hippach denkt ze, en er verschijnt nog een ferme glimlach op haar gezicht voor zo laat op de avond te zijn.

 

 

24. Hitler, Berger und Wurst (tp)

2

 

De familie Egger was niet tuk op het bezoek van de politie aan het hotel. Publiciteit kun je zoiets niet noemen, zeker niet als andere hotelgasten worden lastiggevallen en bevraagd.

Commissaris Hitler had zijn naam niet gestolen, maar kreeg hem bij zijn geboorte. Kon hij het helpen dat zijn vader zo heette en hij daardoor voor de rest van zijn leven hiermee werd opgezadeld. Jammer voor hem dat zijn ouders hem de voornaam ‘Dolf’ hadden meegegeven. Ergens deed de combinatie voor- en familienaam een belletje rinkelen bij de mensen die enige kennis hadden van de wereldgeschiedenis van de jaren veertig van de vorige eeuw.

Gezien Belgen betrokken waren bij het incident in hotel Kirchbichlhof en hij geen fouten wou maken in het onderzoek had hij zijn twee beste inspecteurs meegenomen op deze missie. Hij koos voor Gertrude Berger en Heinz Wurst. Berger was ooit Miss Insbruck geweest, en dat was er nog aan te merken. Haar verschijning in het hotel deed meerdere hoofden draaien, en niet alleen de mannelijke. Cordula Egger maakte een denigrerende opmerking over haar tegenover Wurst, niet beseffende dat hij ook deel uitmaakte van het team dat onderzoek ‘Operation Rattenkopf’ zou uitvoeren.

Ze mocht dan ook niet op een voorkeursbehandeling rekenen toen Heinz haar een lijst vroeg van alle mensen die de laatste achtenveertig uur gebruik gemaakt hadden van de wellness. Na de vondst op de kamer van Maurice hadden ze onmiddellijk beslist de man op te sporen en aan te houden. De kans was groot dat hij de dader was van het gebeuren, maar zolang niet alle wegen waren bewandeld wou het team geen conclusie nemen.

De GSM van Hitler klonk in de inkomsthall van het hotel. Het Panzerlied was niet echt het meest opwekkende beltoontje, maar daar trok de man zich niets van aan.

“Jawohl!” klonk het hard.

“We hebben hem!” ging het aan de andere kant. Hitler duwde op de rode knop van zijn smartphone en stak het ding weer in zijn binnenzak. Hij hoestte eens in zijn vuist en liet ondertussen een wind vliegen. ‘Besser in der weiten Welt als in einem engen Bauch’ had zijn oma vroeger altijd gezegd, en hij was het eens met die stelling. Het rook naar een gerecht met veel uien vermengd met de stank van verteerde goedkope rode wijn.

“Hoelang moet ik nog wachten op die lijst?” drong Wurst aan bij Cordula. Ze haalde een stuk kauwgom uit haar mond en plakte die onder de desk aan de receptie. Traag slofte ze naar de wellnessruimte en bracht een Atoma-schriftje mee die bij de Belgen vooral bekend is uit de tijd dat politiekers zo’n ding gebruikten om geheime afspraken in te noteren. Waar is de tijd van de Agusta-affaire? Voordeel van zo’n ding is dat er makkelijk bladzijden kunnen uit gescheurd worden zonder dat er sporen zichtbaar blijven.

Cordula keek eens in het schriftje en legde het gewoon naast zich neer.

“En,” zei Wurst, “krijg ik het nu of niet?”

“Heb je daar geen huiszoekingsbevel voor nodig, beste Wurst?” antwoordde ze op een manier die niet echt getuigde van veel zin om mee te werken aan het onderzoek.

“Juffrouw, je kijkt teveel televisie. Als ik niet meteen dit boekje krijg zul je iets beleven…”

“Verzörgerter Agent” fluisterde ze tussen haar tanden, terwijl ze het boekje door de lucht zwierde richting het hoofd van de inspecteur. De afgelopen twee dagen hadden niet veel mensen de sauna bezocht. Logisch misschien, want de temperaturen liepen de laatste twee weken serieus op. De namen ‘Mauritius Shauhosen’ en het Duitse koppel ‘Kurt Schweinenpuppenfleisch und Friedl Kopfschmerzen’ vielen op. ‘Janne Schauvlieghe en Jente Coucke’ waren de laatsten die de wellness hadden bezocht.

“Welke kamer heeft het koppel Schweinenpuppenfleisch?” vroeg Wurst. Cordula ondertussen kennende keek hij haar aan met ogen waarmee hij die van zijn vader imiteerde toen hij als kind ooit eens de staart van hun huiskat in brand had gestoken.

“Drieundzwanzig!” klonk het bits.

 

Ondertussen was Gertrude Berger naar de kamer van Jente en Janne gestapt om haar Belgische collega eens aan de tand te voelen. ‘Aan zijn gat’ had ook gekund, maar die vorm van humor werd op dat moment niet gesmaakt door het slachtoffer van de laffe aanval in de saunacabine.

Jente zat aan het bureautje van de kamer, de autoband wat ongemakkelijk onder zijn billen geperst. Janne opende de deur toen werd aangeklopt. “Jou ken ik al” zei Gertrude, “nu wil ik ook eens je vriend spreken. Mag ik vragen dat jij de kamer even verlaat, zodat ik vrij met Jente kan spreken?”

Met enige tegenzin verliet Janne de kamer, een beetje ongerust wat deze knappe agente met Jente zou uitsteken. Had ze niet alles verteld?

“Dag collega, mijn naam is Gertrude, maar zeg gerust Berger, mijn collega’s doen dit ook. Om het onderzoek niet te belemmeren mag ik je niet vertellen dat we ondertussen Maurice Schaubroeck hebben geklist, maar ik doe het toch. De smeerlap krijgt zeker zijn verdiende loon, gegarandeerd dat dit in de gevangenis van Innsbruck gebeurt. Commissaris Hitler heeft zo zijn trucjes om de ondervragingen af en toe te entertainen met zaken die niet altijd in het daglicht komen.”

Jente sloot een Skype-gesprek af dat hij net met zijn moeder had gevoerd en sloot uit beleefdheid zijn laptop. Berger kwam dichter en struikelde over het netsnoer dat op de grond lag. Ze nam het bed beet om zich recht te trekken, en ging er meteen op gaan zitten. Ze ging met haar hand door haar blonde haren om haar kapsel weer wat vorm te geven.

“Beste collega, ik heb een paar vraagjes, maar moet toch ook wat bewijsmateriaal verzamelen voor het dossier. Mag ik je vragen om even je achterwerk te ontbloten, zodat ik een foto kan nemen van de aangerichte schade?”

Jente vond dit maar een rare bedoening, maar wist uit ervaring met zijn Brugse onderzoeken dat wonden er na een week al serieus konden genezen zijn en niets meer waard zijn als bewijsmateriaal. Hij gehoorzaamde heel braaf, en liet zijn broek zakken tot de juiste hoogte van het vers aangelegde verband.

“Sorry, collega, even op de tanden bijten!” zei Berger, en met één ruk trok ze de pleister naar beneden. “Nu pas kan ik echt zien welke schade die rare vent heeft aangericht!” Jente schreeuwde het uit van de pijn, waarop Janne weer de kamer binnenstoof. Gelukkig begreep Berger geen Brugs en nam ze geen aanstoot aan het geroep van Janne, die riep “Vuule rosse, wat doej’ gie nu were? Bluuf van mien vint of ‘k trekken die bloente paruuke van j’n kop, godverdomme!”.

Er werd een foto genomen met de gsm van Berger, en Janne probeerde zo goed als het kon de pleister weer op de juiste plaats te leggen. Hij kleefde niet meer naar behoren. Gelukkig zou straks een verpleegster langskomen, besteld door de reisverzekering die het koppel had genomen bij de Belfius-bank. Niet dat ze fan waren van die financiële instelling, maar straks zou die op de beurs worden gebracht, en misschien kochten ze er wel aandelen van. Spaarboekjes brengen toch niets meer op tegenwoordig, dus ja…

Er volgde een ernstig gesprek met Berger, waar stilletjes aan het vertrouwen van zowel Jente als Janne werd herwonnen. De dame had veel meer in haar sas dan haar uiterlijk als ex-miss deed vermoeden. Die Maurice was naar haar mening duidelijk maar een stromannetje die naar Hippach was gestuurd om een kleine verwittiging te geven. Dat brandmerk met de beeltenis van een rat, zat daar meer achter? Kende Jente uit zijn beroepservaring iemand die iets met ratten te maken had of zo? Ze zocht ook meer achter de entourage van het jonge koppel. Waren de ouders van Jente wel zuiver? Had Janne misschien familie die iets op hun kerfstok had?

Berger moest plassen, en vroeg of ze dit in de badkamer mocht doen. Gezien Jente noch Janne zin hadden om te dweilen lieten ze dit makkelijk toe.

“Du bist schwanger!” zei Berger plots toen ze in de ogen van haar knappe opponente keek. Ze werd wel heel familiair toen ze opstond en Janne een dikke knuffel kwam geven.

“Hoe weet je dat?” vroeg Janne, zich een beetje betrapt voelend. Berger ontblootte haar buik en streelde die zacht. “Ik ben het ook. Zes weken ben ik nu, maar mijn familie weet het niet. Ik ben speurder en zag daarnet aan de rand van de toiletpot dat er een paar kleine sporen van kots waren blijven hangen na de laatste braakmomentjes van de moeder in spé.

“Mijn schoonouders weten het ook nog niet. Ze komen straks logeren in dit hotel en ik zou willen dat het zo blijft. Hou je het stil als je wil?”

“Natuurlijk, meid,” zei Berger. Ze schudde beiden de hand en verliet de kamer om zich te vervoegen bij Hitler en Wurst.

Die laatste was er nog niet, hij bracht een bezoek aan de kamer van het koppel Schweinenpuppenfleisch. Die waren een beetje verrast toen aan de deur werd geklopt. Wat wil je ook? Er had een wesp gestoken in de nek van Kurt en Friedl was druk doende de angel met een Zwitsers zakmes te verwijderen. Het bloed spoot in het rond en Kurt bleitte als een varken die gekeeld werd.

Ze werden bevraagd hoe de aanranding van Jente was verlopen, maar konden er niet veel op antwoorden. “Er was juist een kleurenwissel in de sauna. Het werd donker en plots hoorden we die Belg schreeuwen als vermoord. Dat rare ventje met die Mickey Mouse-handdoek legde een tang opzij en toen zijn we naar buiten gevlucht omdat we niet wilden delen in de prijzen. We zagen nog net hoe dat Belgische meisje haar handdoek in het koude sop gooide en ermee naar de saunacabine liep. Wij hebben er echt niets mee te maken, echt waar niet. Tenzij we er honderdduizend Euro meer zouden verdienen, dan zouden we misschien iets meer kunnen verzinnen, maar gezien dit hier niet het geval is…”

Het was heel duidelijk dat die twee niet in de voorste rij stonden toen de intelligentie werd uitgedeeld. Wurst besloot hun een korte verklaring te laten tekenen en ging terug naar de hall waar Hitler en Berger ongeduldig stonden te wachten tot hun collega terug was.

 

Ondertussen zat in een kleine grijze cel een bange Belg te wachten tot hij verhoord zou worden.